Bokt.nl • [AG] Probleemgedrag: stalondeugden
Pagina 1 van de 1

[AG] Probleemgedrag: stalondeugden

Link naar dit berichtGeplaatst: 20-08-16 09:58
door Nieuwsredactie
Bokt.nl / Equisani
Afbeelding
Luchtzuigen/kribbebijten. Foto door Jessica.

Geschreven door Amanda


Wat is een stalondeugd?
Een stalondeugd is een bepaalde tic of stereotiep gedrag dat een paard vooral op stal, maar ook op de weide of paddock, vertoont. Het woord 'stalondeugden' is eigenlijk onterecht: het impliceert dat het paard zich misdraagt, terwijl het in bijna alle gevallen om een uiting van ongemak gaat. Het gedrag kan zich continu laten zien, maar sommige paarden vertonen het alleen bij spanning of ongeduld. De dwangmatige gedragingen die een paard laat zien kunnen verslavend werken. Het gedrag zelf lijkt doelloos, maar door het gedrag maakt het paard het stofje endorfine in de hersenen aan. Endorfine geeft een prettig en rustgevend gevoel. Daarnaast werkt endorfine pijnstillend. Een paard kan verslaafd raken aan de endorfine, waardoor hij het gedrag blijft vertonen. Ook als de oorzaak van het probleem al opgelost is. In dat geval gaat het dan om littekengedrag.

In het wild leven paarden in groepen en zijn ze de gehele dag bezig. Zo’n 50 tot 70% van de dag (24 uur) besteden ze aan eten, verder staan ze ongeveer 5 tot 20% van de tijd in een alerte houding, 10 tot 20% van de tijd besteden ze aan rusten en 5 tot 15% houden ze zich bezig met verplaatsen Verder besteden ze een klein deel van de tijd aan het hebben van sociaal contact, slapen, drinken etc. (Zeitler-Feicht, 2004). Er wordt zelden stereotiep gedrag bij wilde paarden waargenomen.

Oorzaak
Aangeleerd gedrag
Een stalondeugd kan verschillende oorzaken hebben. De minst voorkomende oorzaak van een stalondeugd is een aangeleerde ondeugd. Een paard het gedrag van een stalgenoot gekopieerd of heeft (al dan niet per ongeluk) een beloning gekregen na vertonen van dit gedrag. Een voorbeeld hiervan is een paard dat graag naar buiten wil en tegen de wand schopt en vervolgens van stal wordt gehaald om naar de wei te gaan. Niet zozeer als oplossing van het gedrag, maar omdat het tijd was om naar de wei te gaan. Het paard wordt indirect beloond voor zijn gedrag en zal dit gaan herhalen. Daarnaast kan het kopiëren komen doordat een paard zich niet op een andere manier kan uiten wanneer hij zich niet aan het management kan aanpassen. Wanneer er een paard staat op dezelfde stal dat al luchtzuigt, kunnen de paarden dit voorbeeldgedrag overnemen. Dit is de spreekwoordelijke druppel door het niet passende management.

Psychisch probleem
Een andere oorzaak van een stalondeugd kan een psychisch probleem zijn, bijvoorbeeld doordat een paard een lange tijd op stal moet doorbrengen. Het paard zal zich vervelen en dit ongenoegen uiten door een stalondeugd. Het paard voldoende ruwvoer aanbieden waar het lang mee kan doen, bijvoorbeeld in slowfeeders, of het ophangen van speelgoed kan verveling tegen gaan. Nog beter is het paard niet te lang in de box te houden, tenzij boxrust is voorgeschreven, maar met soortgenoten in een grote ruimte buiten te zetten. Dit kan in een wei of in een paddock met voldoende ruwvoer.
Afbeelding
Krauwen. Foto door Nikki de Kerf.

Stress kan ook een psychisch probleem veroorzaken, bijvoorbeeld wanneer het paard zijn energie niet voldoende kwijt kan of wanneer het klimaat op stal niet prettig is voor een paard. Dit kan in de huisvesting zelf zitten. Uit onderzoek van McGreevy et al (1995a) en Christie et al (2006) blijkt bijvoorbeeld dat aanwezigheid van tralies tussen de stallen een kleinere kans op stereotiep gedrag is dan wanneer de muren en deuren dicht zijn en paarden dus geen sociaal contact met elkaar kunnen hebben. Echter kan er juist het tegenovergestelde gebeuren wanneer een paard niet op kan schieten met zijn buurman en hier niet van kan weglopen.
Het type bodembedekking, de hoeveelheid en het soort voer en het aantal keer dat voer gegeven wordt kan aanleiding zijn voor psychische problemen. Wanneer de hoeveelheid ruwvoer verstrekt per dag onder de 6,8kg (voor een paard van meer dan 500kg) komt en er niet meer dan 3 maal per dag voer wordt verstrekt, neemt het risico op stereotiep gedrag toe. Voor een niet eetbaar soort bodembedekking in de stal geldt ook een verhoogd risico. Mills et al (2000) hebben met behulp van preferentietesten aangetoond dat wanneer paarden de keuze hebben tussen stro, zaagsel of papiersnippers als strooisel, zij een duidelijke voorkeur hebben voor stro. Verder vertoonden de paarden op stro meer strooiselgerichte foerageer gedragingen, zoals snuffelen, erin duwen met de neus en het eten van het strooisel. Op bodembedekkers als zaagsel, vlas of papiersnippers lieten zij deze gedragingen niet of nauwelijks zien.

Stress kan tevens optreden na plotseling grote veranderingen voor het paard zoals afspenen, verhuizen, verlies van een maatje of verandering van eigenaar. Waters et al (2002) vonden in hun onderzoek dat paarden in de eerste 9 maanden van hun leven een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van stereotiep gedrag. In die periode vinden de meeste veranderingen plaats, zoals het (al dan niet) abrupt afbreken van de moeder-veulen band. Het veulen kan niet meer drinken bij zijn moeder, krijgt ander voer en ander sociaal contact met paarden en mensen. Verder vonden Waters et al (2002) dat veulens die na het afspenen op stal werden gezet, een significant groter risico op het ontwikkelen van een stereotiep gedrag hebben dan veulens die na het afspenen in de wei worden gezet. Veulens die na het afspenen brok gevoerd kregen, bleken een vier maal zo hoge kans te hebben op het starten met luchtzuigen dan veulens die geen brok gevoerd kregen. De meeste orale stereotypieën ontstaan dan ook op de leeftijd van 5 maanden, dit is de speenleeftijd, de meeste lokomotie stereotypieën ontstaan op de leeftijd van 3 jaar. Dan komen paarden uit de opfok op stal en hebben ze ineens minder beweging.

Een abrupte start van training of voorbereiding op een wedstrijd, onvriendelijke trainingsmethoden, een negatieve verandering van huisvesting, sociale isolatie, de tijd die een paard buiten de stal doorbrengt en isolatie van het paard zonder genoeg beweging, bijvoorbeeld als gevolg van een blessure, kunnen dusdanig stress veroorzaken dat zij de start van stereotiep gedrag zijn (Luescher et al., 1991; McGreevy et al., 1995c; Bachmann et al., 2003; Zeitler-Feicht, 2004; Christie et al., 2006).

Het individuele karakter van een paard speelt ook mee. Daarom kan het ene paard wel stereotiep gedrag onder bepaalde omstandigheden ontwikkelen, terwijl een ander paard dit niet doet. Paarden die van zichzelf stressgevoelig zijn en dit niet goed uiten, kunnen zichzelf makkelijker een stalondeugd aanleren dan meer extraverte paarden die de stress uiten door een sprintje te trekken of het 'eruit te bokken'.

Lichamelijk probleem
Een paard dat last heeft van zijn lichaam, geeft door dit gedrag zijn ongenoegen aan. Ook kan bepaald gedrag een lichamelijk ongemak verlichten. Een paard dat bijvoorbeeld last heeft van maagzweren door niet passend voerbeleid, kan gaan luchtzuigen. In het wild maken paarden ongeveer 40.000 kauwbewegingen per dag. Bij gedomesticeerde paarden loopt het aantal al kauwbewegingen al snel terug tot de helft, wanneer het dieet bestaat uit 50% krachtvoer en 50% ruwvoer. Soms komt het zelfs voor dat de paarden de 10.000 kauwbewegingen per dag niet halen. Bij het eten van krachtvoer komt minder speeksel vrij dan bij het eten van ruwvoer. Bij paarden wordt speeksel alleen geproduceerd als ze kauwen. Het speeksel is belangrijk voor de neutralisatie van het zuur in de maag en de dunne darm (Ellis, 2004). Op deze manier veroorzaakt een lichamelijk probleem tevens een psychisch probleem.

Erfelijkheid
Naast bovenstaande oorzaken voor stereotiep gedrag kan er in sommige gevallen genetische aanleg een rol spelen. Vecchiotti en Galanti (1986) hebben een onderzoek gedaan bij trainers van meer dan 1000 volbloeden in de leeftijd tussen de 3 en 8 jaar. Uit dat onderzoek bleek dat binnen de Italiaanse volbloeden zo'n 30% aan luchtzuigen deed. Daar tegenover stond dat het percentage luchtzuigers over de gehele populatie van 1000 paarden maar 2,4% was. Uit onderzoek van Luescher et al. (1998) blijkt dat volbloeden vaker dit gedrag vertonen dan paarden van andere rassen. Met name onder de hengsten en ruinen was dit vaker te zien dan bij merries. Naarmate de leeftijd hoger werd, steeg het aantal paarden met dit gedrag. Dit laatste kan te maken hebben met een langere blootstelling aan een stressvolle omgeving of een invloed van de leeftijd.

Ook bij onderzoeken bij andere diersoorten is vastgesteld dat er voor stereotypieën sprake kan zijn van een genetische aanleg. Schwaibold en Pillav (2001) geven in hun onderzoek bij knaagdiersoorten aan dat er geen aanwijzingen zijn gevonden dat het type gedrag erfelijk is. Wel is er aanleg voor het ontwikkelen van het stereotiep gedrag en verslaving, maar welke uitvoering hier aan gegeven wordt is op zichzelf niet erfelijk.

Er zijn verschillende soorten stalondeugden:
Luchtzuigen/kribbebijten
Wanneer een paard luchtzuigt zetten de meeste paarden de tanden op een stevige rand van bijvoorbeeld een deur of voerbak. Er zijn ook paarden die dit doen zonder de tanden op een rand vast te zetten. Ze spannen hun nek en maken al dan niet een soort boergeluid. Sommige paarden kunnen luchtzuigen zonder hun tanden ergens op te zetten, zij zuigen lucht door hun hoofd in een bepaalde houding te houden. Luchtzuigen wordt ook wel aangeduid met de term kribbebijten. In de wetenschappelijke literatuur wordt er hetzelfde mee bedoeld. Soms wordt 'kribbebijten' gebruikt om te verwijzen naar gedrag waarbij het paard wel bijt op de harde randen rondom de stal, maar zonder daarbij lucht te zuigen. Kribbebijters en luchtzuigers zijn vaak te herkennen aan de versleten voortanden van het vastpakken van de rand. Om te voorkomen dat een luchtzuigend paard zijn tanden teveel beschadigd kun je de randen die hij gebruikt bekleden met zacht materiaal zoals rubber.

Weven
Een paard dat weeft, wiegt afwisselend op de voorbenen heen en weer. Soms doet een wever dit langzaam, vaak ook snel, zeker wanneer er iets in zijn omgeving gebeurt dat stress oplevert. Het weven kost een paard veel energie, waardoor het vermoeider zal zijn en de prestaties minder. Daarnaast is er kans op gewrichtsslijtage aan de voorbenen of gewichtsverlies. Dit is echter niet overtuigend bewezen in onderzoek.

Boxlopen
Bij het boxlopen loopt een paard heen en weer of in een cirkel door de stal of wei volgens een vast patroon met vaak overmatig zweten tot gevolg. Dit kunnen ze zelfs uren volhouden zonder de tijd te nemen om te eten of te drinken. In het ernstigste geval droogt een paard dan uit. Daarnaast kan boxlopen op langere termijn leiden tot overbelasting van gewrichten, pezen en hoeven met kreupelheid tot gevolg.

Met tanden langs de tralies
Met de tanden langs de tralies gaan kan verschillende redenen hebben. Wanneer het een jong paard betreft is het mogelijk dat hij aan het wisselen is. Vaak is dit schrapen langs de tralies dan van tijdelijke aard. Ook kan het schrapen met de tanden langs de tralies een manier zijn om aandacht te trekken of tijdens het voeren omdat het paard last heeft van voernijd. Er zijn middeltjes op de markt om de tralies mee in te smeren. Dit is echter een hulpmiddel om het symptoom te bestrijden, maar lost het probleem niet op.

Schrapen
Schrapen is net als het slaan tegen de deur een vorm van aandacht vragen. Vaak doet een paard dit wanneer er iemand de stal binnen komt of het ergens moet wachten en het te lang duurt. Het is aangeleerd gedrag dat te vaak een beloning heeft opgeleverd in de vorm van aandacht of voer. Schrapen kan ook een uiting zijn van angst, verveling of zelfs pijn in bijvoorbeeld het onderbeen. Het is zaak om de oorzaak van het schrapen te achterhalen. Is dit aandacht vragen of verveling, negeer het schrapen dan en zorg ervoor dat hij bewust of onbewust geen beloning krijgt voor zijn gedrag.

Voorkomen en oplossen van het gedrag
Het starten met een stalondeugd kan voorkomen worden door een goed management, ontspannen manier van afspenen, goede voeding en de juiste omgang. Vanaf de geboorte van een paard moeten deze factoren optimaal zijn, omdat fouten gedurende het jonge leven van de paarden sterk van invloed zijn op het gaan vertonen van stereotiep gedrag.
Afbeelding
Merrie met veulen. Foto door James via Flickr
Bij het scheiden van een veulen van de moeder ontstaat er een onnatuurlijke sociale isolatie door bijvoorbeeld het abrupt afspenen, het na het spenen ontbreken van sociaal contact met soortgenoten en het wegnemen uit de bekende omgeving. Geleidelijk afspenen en het al voeren van een veulen wanneer het nog bij de merrie drinkt maken het afspenen minder stressvol. Verder is het na het afspenen, maar ook later, belangrijk om de paarden sociaal contact te bieden met soortgenoten.

Het is belangrijk een stalondeugd vroeg te ontdekken en te proberen de stress factoren die aanwezig zijn in de omgeving van het paard en het management waarin het dier leeft, weg te nemen. Door de omstandigheden te veranderen kan resultaat worden geboekt, zeker als dit in een vroeg stadium is. Des te langer een paard al een bepaald stereotiep gedrag vertoont, des te moeilijker wordt het om dit te behandelen.

Er zijn diverse hulpmiddelen om stalondeugden tegen te gaan, zoals een antiweefrek, muilkorf of luchtzuigband. Het zijn echter hulpmiddelen en pakken niet de oorzaak van het probleem aan. Door het gebruik van een luchtzuigband kunnen drukkingen op de keel ontstaan of zelfs de stembanden beschadigen. Om het gedrag te begrijpen en te bestrijden moet de oorzaak van het gedrag gevonden en aangepakt worden. In het geval van stalondeugden is het van belang zoveel mogelijk in de natuurlijke behoeften van het paard te voorzien. Dit kan door dagelijkse weidegang, continu ruwvoer aan te bieden, veel beweging, sociale contacten met andere paarden, afwisselende training en speeltjes om verveling tegen te gaan. Het voeren van structuur- en vezelrijk voer zorgt niet alleen voor een goede spijsvertering, maar houdt het paard ook bezig. Door het vele kauwwerk zal het paard zich minder snel vervelen en wordt er veel speeksel geproduceerd dat zorgt voor een neutralisatie van het zuur in de maag en dunne darm. Uit een recent onderzoek blijkt verder dat het voeren van krachtvoer beter verdeeld kan worden over meerdere kleine porties per dag. Hierbij is echter wel het risico dat ander stereotiep gedrag, zoals weven, toeneemt bij de andere paarden in de stal wanneer deze paarden het idee hebben dat er voer aan komt. Maar kijk vooral naar het individuele paard zelf. Ieder paard heeft zijn probleem en zijn eigen oplossing.

Referenties met betrekking tot luchtzuigen zijn te vinden in de thesis: Een osteopatische kijk op de link tussen luchtzuigen en maagzweren door Jessica Reurich.