Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Basuto

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken
Basuto
GeenfotohoofdT.jpg
Basuto.jpg
Stokmaat: Rond de 1.45 meter
Kleur: alle kleuren zijn mogelijk
Land van herkomst: Lesotho / Zuid-Afrika
Link naar stamboek:

De Basuto of Basuto-pony komt voor in Lesotho en Zuid-Afrika en stamt af van een uitgestorven ras, de Cape Horse of Kaapse paard.

Geschiedenis

Fokkerij door kolonisten

In 1652 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) in Zuid-Afrika een verversingspost gesticht om schepen, die op weg naar Azië Kaap de Goede Hoop passeerden, te bevoorraden. Nederlandse boeren, vooral uit provincies Zeeland en Zuid-Holland, vestigden zich rond deze verversingspost en leverden de gewenste goederen voor de lange zeereis. Later groeide uit deze nederzetting de stad Kaapstad en verder in het binnenland de stad Stellenbosch.

De VOC verscheepte in 1652 de eerste paarden uit Azië naar Zuid-Afrika maar wegens slecht weer op de Indische Oceaan legde het schip aan in St. Helena. Pas in 1655 kwamen de paarden aan in Kaapstad.

Vanaf 1659 stemde de admiraliteit van de VOC ermee in om met elk schip dat terug naar Nederland voer, een 2-tal paarden uit de Aziatische kolonies mee te sturen voor de Kaapvestiging.

De paarden die vanuit Azië geïmporteerd werden, waren voornamelijk Java pony’s en andere inheems rassen zoals de Batak en de Sandelhout pony die door de Nederlandse kolonisten werden gefokt.

Om de kwaliteit van de fokkerij te verbeteren werden er paarden met Arabische en Berberbloed uit Perzië (het huidige Iran) geïmporteerd en in 1778 werden Spaanse paarden vanuit Zuid-Amerika ingevoerd. Deze paarden hadden Andalusische en Berber- voorouders en zorgden voor bloedvernieuwing in de kleine populatie.

Uit deze kruisingen ontstond het Kaapse paard met een flinke scheut Arabisch bloed.

Nadat in 1795 de Nederlandse kolonie door de Engelsen ingenomen werd, importeerden de Engelse gouverneurs van de Kaap-kolonie grote aantallen volbloeden uit het thuisland. Vanaf 1811 kende de volbloedfokkerij in de Kaap-regio zo’n grote bloei dat zelfs bekende en befaamde dekhengsten vanuit Groot-Brittannië naar Afrika werden verscheept om aan de grote vraag van de fokkers te voldoen.

De Kaapse paarden werden in jaren 1780-1810 gekruist met Engelse volbloeden die rechtstreeks van de 3 grote Oosterse grondleggers: Herod (v. Beyerley Turk), Matcham (v. Godolphin Barb) en Eclipse (v. Darley Arabian) afstamden. Dit zorgde ervoor dat het percentage Arabisch en Berberbloed in de populatie steeg.

Vanaf 1850 daalde de kwaliteit van de uit Groot-Brittannië geïmporteerde volbloeden en vanaf 1860 zakte de fokkerij van het Kaapse paard door de kolonisten in. Redenen hiervoor waren de import van inferieure fokdieren, het uitbreken van enkele dodelijk ziektes, de opkomst van grootschalige schapen-, geiten- en struisvogelfokkerijen en de opening van het Suezkanaal waardoor de schepen die op de Oost voeren niet langer de gevaarlijke tocht om de Kaap hoefden te maken. Andere belangrijke factoren waren de Boerenoorlog waarin vele paarden sneuvelden en de industrialisatie die de paardenkrachten overbodig maakte.

Al deze redenen droegen bij tot het in verval raken van de fokkerij van Kaapse paarden. Ondanks de import van goede fokdieren uit Groot-Brittannië kwam de fokkerij er nooit meer bovenop.

Fokkerij door lokale bevolking

In het gebied waar de Nederlanders zich rond 1652 vestigden, leefden diverse inheemse stammen die tot 1655 nog nooit een paard gezien hadden. Vanaf 1825 namen deze stammen het paard op in hun leefwijze en diverse stammen specialiseerden zich in het fokken van paarden. De paarden werden van de kolonisten gestolen of gekocht en onderling met elkaar gekruist. Deze paarden hadden een groot percentage Oosters bloed.

Lokale stammen zoals de Zulu’s, Maphetla en Mapolane’s begonnen een eigen fokkerij van het Kaapse paard naast de fokkerij van de kolonisten. De fokkerij van het Kaapse paard door de lokale bevolking verschilde echter zodanig van de fokkerij door de kolonisten dat er op korte tijd een volledig verschillende type gefokt werd: de Basuto.

Vanaf 1870 werd de Basuto erg populair door zijn goede eigenschappen en vele paarden werden naar Europa en andere kolonies geëxporteerd. Dit zorgde ervoor dat de fokkerij een tekort aan paarden kreeg. Om dit tekort aan te vullen en aan de vraag te kunnen voldoen, werden grote aantallen “mindere” volbloeden geïmporteerd om de fokkerij op peil te houden. Deze handelswijze zorgde ervoor dat op relatief korte tijd de waardevolle fokdieren met oude Aziatische bloedlijnen geëxporteerd werden en dat de fokkerij verder ging met paarden met een groter volbloedpercentage maar met minder kwaliteit.

De paarden die uit deze kruisingen geboren werden, de Basuto’s, werden genoemd naar de regio waar ze gefokt werden, het voormalige Basutoland, nu Lesotho.

Een tijdlang bestonden het Kaapse paard en de Basuto naast elkaar maar in de loop van de tijd verdween het Kaapse paard en bleef de Basuto over.

Hoewel de stammen de paarden nodig hadden, werden de paarden amper verzorgd en zelfs verwaarloosd. Ook in de fokkerij werd weinig aandacht besteed aan verbetering of kwaliteit. Paarden met een gebrek stierven door verwaarlozing en alleen de sterksten bleven over maar met de overlevenden werd wel gefokt. Dit zorgde ervoor dat vele paarden exterieurgebreken vertonen.

De lokale stammen gebruikten de paarden voor alle voorkomende werkzaamheden en stonden bekend als goede ruiters die onbevreesd door de rotsachtige bergstreek raceten. Hier dankt de Basuto zijn tredzekerheid en uithoudingsvermogen aan.

Op zijn beurt stond de Basuto aan de basis van de Nooitgedacht-pony op het Afrikaanse continent maar ook aan de basis van de fokkerij van de New Forest pony.

Exterieur

De Basuto lijkt qua stokmaat een pony maar bezit paardachtige kenmerken en wordt daarom als paard beschouwd. Het lichaam is schraal en licht gebouwd. Het hoofd is groot en zwaar, de hals is relatief dun en lang. De rug en schouder zijn recht en de croupe is gespierd maar afhangend. De benen en hoeven zijn opvallend hard.

De gangen zijn opvallend ruim en tredzeker.

Karakter

De paarden zijn erg moedig en vasthoudend. Daarnaast zijn ze onvermoeibaar.

Gebruik

De Basuto wordt nog steeds als rijdier gebruikt in Zuid-Afrika. De paarden zijn zeer tredzeker en kunnen lange afstanden afleggen over een moeilijk terrein. De Basuto is erg sober en hard en heeft weinig verzorging nodig. De betere exemplaren worden gebruikt voor polo en races.

Bronnen, referenties en/of voetnoten




Bij dit artikel ontbreken afbeeldingen.

We zijn specifiek op zoek naar: foto's of afbeeldingen van het ras

Als je dit artikel aan wilt vullen kun je op bewerk klikken om je kennis aan dit artikel toe te voegen.