Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Brok

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken
Basisbrok
Sportbrok

Brokken ('bix') is de meest gegeven aanvulling. Deze komt in twee varianten: basisbrok en sportbrok.

Basisbrok

Basisbrok is aan te raden wanneer het paard normale arbeid verricht, dat betekent tot 5 of 6 keer in de week een uur rijden. Basisbrokken hebben een lager energieniveau dan een sportbrok. Een basisbrok is ook heel geschikt voor paarden die het rustiger aan doen.

Sportbrok

In sportbrok zit meer energie. Sportbrok is pas nodig wanneer het paard echt zeer hoogwaardige sportprestaties levert. De klasse waarin het paard wordt uitgebracht zegt niet zoveel, het is belangrijker om naar de intensiteit van de trainingen en de reactie van het paard te kijken. Veel mensen die wedstrijden rijden met hun paard denken dat ze daarom direct een sportbrok nodig hebben, maar niets is minder waar. Ook met een basisbrok kan een wedstrijdpaard prima uit de voeten. De overstap naar een sportbrok moet worden gemaakt wanneer het paard slecht herstelt na een training of het werk te moeilijk aan kan. Wanneer om een andere reden een sportbrok wordt gegeven, dan kan dat het gevolg hebben dat het paard veel te heet wordt tijdens het rijden.

Merriebrok

Voor een goede botvorming van het veulen en om het risico van botaandoeningen als osteochondrose bij het veulen te beperken, is de voeding van de drachtige merrie erg belangrijk.

Waar moet je op letten bij drachtige merries

Ten eerste moet de merrie in goede conditie zijn, niet te mager maar ook zeker niet te vet. Een richtlijn om te bepalen of de merrie (en paarden in het algemeen) in goede conditie is, is door met de handen over de ribben te strijken. De ribben moeten nog gemakkelijk te voelen zijn maar ze moeten nog net zichtbaar zijn. Rond de periode van de bevruchting moet de merrie in goede conditie zijn.

Veulenbrok

Wanneer een veulen een energietekort heeft, gaat het minder snel groeien. Onder Nederlandse omstandigheden komt dit niet vaak voor. Bij een tekort aan energie maar voldoende eiwit, mineralen en vitaminen neemt weliswaar de groeisnelheid af maar wordt de botkwaliteit niet negatief beïnvloed. Een lagere groeisnelheid betekent niet automatisch dat de dieren ook kleiner blijven. Dit wordt, als het dier gezond is, op een later tijdstip ingehaald. Een meer voorkomende gevaar is dat in de praktijk blijkt dat de veulens de eerste levensmaanden te hard groeien. Een te snelle groei verhoogt namelijk de kans op osteochondrose. Veel paardeneigenaren zijn bezorgd en voeren het dier daarom teveel. Het dier groeit dan te hard om een goede botstructuur aan te leggen. Het is ook mogelijk dat de groeicurve achterblijft bij de gemiddelde groeicurve. Dan hangt het van de conditie van het veulen af of extra voeren zinvol is. Achterblijvende schrale veulens hebben baat bij extra voer. Kleine dikkertjes zijn waarschijnlijk genetisch geprogrammeerd om klein te blijven en zullen niet groter worden door harder voeren. Wel dikker misschien maar dat is niet de bedoeling.

Welke voeding heeft het veulen nodig

Naast de biest heeft het veulen uiteraard de merriemelk nodig. Warmbloedmerries geven in de tweede maand ongeveer 20 liter melk per dag te drinken aan hun veulen. In 20 liter moedermelk zit 480 gram eiwit, 24 gram calcium, 15 gram fosfor, 1.2 gram magnesium, 10 mg zink en 5,2 mg koper. Vrijwel alle noodzakelijke elementen zitten hierin, met uitzondering van het kopergehalte. Dit gehalte is namelijk veel te laag voor veulens. Daarom heeft het veulen bij de geboorte een buffervoorraad koper opgebouwd. Deze voorraad is groot genoeg om de tijd te overbruggen totdat het veulen vast voedsel kan eten. Dit is meestal van 14 dagen oud. Stimuleren van gezonde groei is het gemakkelijkst door de veulens onbeperkt met hun moeder in een goede wei met jong gras te weiden. Natuurlijk moet je wel op tijd ontwormen. Wanneer veulens te snel groeien, moet er worden gestopt met bijvoeren, als dit het geval was. Dan krijgt het dier minder energie maar ook minder mineralen binnen. Daarom kun je het veulen een geconcentreerd mineralenmengsel bijvoeren. Die zijn onder meer in de vorm van brokjes verkrijgbaar. Een handje per dag kan al voldoende zijn, afhankelijk van de inhoud natuurlijk. Verder moet het veulen in een schrale weide geweid worden.

Voeding voor veulens van spenen tot 1 jaar

Fysiek gezien kunnen veulens gespeend worden vanaf vier maanden. Psychisch gezien is het echter aan te bevelen om hiermee nog enkele maanden te wachten.

Voor een goede botstofwisseling is vooral de calcium-, fosfor- en magnesiumvoorziening van belang en de micro-elementen koper, zink, selenium en jodium. Omdat met veel toegepaste ruwvoeders en krachtvoer niet voldaan wordt aan de gegeven koperbehoefte, is aanvulling vanaf 3 maanden aan te bevelen.

Bronnen, referenties en/of voetnoten


Dit artikel is een beginnetje.

We zijn specifiek op zoek naar: algemene informatie

Als je dit artikel aan wilt vullen kun je op bewerk klikken om je kennis aan dit artikel toe te voegen.
Bij dit artikel zijn nog geen bronnen vermeld of is de bronvermelding niet op de juiste manier gebeurd. Als je dit wilt verbeteren kun je op bewerk klikken.