Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Genetica

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken

Genetica houdt zich bezig met de erfelijkheid. Veel eigenschappen van het paard, zoals de vachtkleur, de stokmaat en de bouw zijn erfelijk bepaald. Deze liggen dus (grotendeels) al bij de geboorte vast. Maar ook sommige ziektes zijn erfelijk. Het is dus van belang om te begrijpen hoe deze overerving werkt. Dit is vooral van groot belang voor de fokkerij. Als voorbeeld gebruiken we hier de kleurvererving.

Basis

Elk dier heeft chromosomen in zijn cellen. Een paard heeft 32 chromosomenparen, dat wil zeggen dat het 64 chromosomen heeft (behalve het Przewalskipaard, dat er 66 heeft). Het aantal verschilt per soort, een mens heeft bijvoorbeeld 23 chromosomenparen. Een chromosoom is een hele reeks van verschillende genen achter elkaar, en deze genen kunnen in verschillende varianten voorkomen, die allelen worden genoemd.

Bij de voortplanting erft het veulen voor elk gen 1 allel van de vader (zaadcel), en 1 allel van de moeder (eicel).

Chromosoom.png

  • Chromosoom: een stukje genetisch materiaal, bestaande uit een DNA-streng die opgerold is rondom een aantal eiwitten.
  • Gen: dit is een deel van een chromosoom dat codeert voor een bepaalde eigenschap.
  • Allel: één van de varianten waarin een gen kan voorkomen. De allelen worden vaak aangeduid met een letter of lettercode.

Van genen naar veulen

Uit de genen van een bevruchte eicel ontstaat uiteindelijk een veulen. Deze bestaat precies uit die eigenschappen die op het DNA staan. Maar niet alles wat op het DNA staat, wordt ook gebruikt. Sommige allelen zijn "ondergeschikt" (recessief) aan andere allelen (dominant) en komen niet tot uitdrukking.

Elk paard heeft van elk gen dus twee allelen, en die kunnen precies hetzelfde zijn, of allebei verschillend.

Homozygoot

Gen homozygoot vos.png
Gen homozygoot zwart.png

Als ze hetzelfde zijn, wordt dit homozygoot genoemd. Als beide allelen identiek zijn, is het niet moeilijk te voorspellen wat je te zien krijgt: ze zijn immers allebei hetzelfde.


Heterozygoot: dominant en recessief

Gen heterozygoot voszwart.png
Gen heterozygoot proto.png

Anders is het als je twee verschillende allelen hebt. Dit wordt heterozygoot genoemd. Het is dan maar de vraag welk van de twee er 'wint' en zichtbaar wordt. Dit blijkt op een voorspelbare manier te gebeuren. Sommige allelen komen alleen tot uitdrukking wanneer er twee kopiën van aanwezig zijn, en deze allelen worden recessief genoemd. Andere allelen komen al tot uitdrukking wanneer er slechts één van aanwezig is, en worden dominant genoemd. Een paard met slechts één recessief allel voor een bepaald gen dat daardoor niet tot uitdrukking komt, wordt ook wel 'drager' genoemd van dat gen.

Soms is er ook nog een tussenvorm mogelijk, dit wordt incompleet dominant genoemd. Als een paard één allel heeft, is de eigenschap aanwezig, maar heeft het paard er twee, dan is de eigenschap veel sterker. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het creme-gen, dat de kleur verdunt. Bij één allel is de kleur licht verdund, bij twee allelen is de kleur soms vrijwel geheel afwezig.


Van paard naar eicel/zaadcel

Een eicel of zaadcel bevat precies een halve set genetisch materiaal. Van elk gen is er één allel aanwezig. Als een zaadje een eitje bevrucht wordt dit gecombineerd tot één complete reeks waar weer een veulen uit kan groeien. Dat veulen krijgt dus precies de helft van z'n vader, en precies de helft van zijn moeder.

Bij het aanmaken van eicellen of zaadcellen wordt er volkomen willekeurig een keuze gemaakt uit de twee chromosomen die aanwezig zijn van elk paar. Let op: het verschil tussen dominant en recessief geldt hier niet! Elke helft heeft evenveel kans om gekozen te worden. Dat betekent dat het nu wel verschil maakt wat er verborgen zit in de genen.

Een zwart paard kan bijvoorbeeld een allel voor voskleur verborgen hebben in zijn genen. Dat zie je niet omdat zwart dominant is. Maar het veulen krijgt maar een allel mee van die ouder, en dat zou ook best die voor voskleur kunnen zijn. De kans daarop is precies 50%. Als de andere ouder ook de voseigenschap meegeeft, wordt het veulen voskleurig. Dit is de reden waarom sommige eigenschappen een generatie over lijken te slaan en er soms heel onverwacht een voskleurige Fries uit twee zwarte ouders, of een effen-gekleurd veulen uit twee bonte ouders ontstaat. Dit wordt een crop-out genoemd.

Bij dit artikel zijn nog geen bronnen vermeld of is de bronvermelding niet op de juiste manier gebeurd. Als je dit wilt verbeteren kun je op bewerk klikken.



Dit artikel is een beginnetje.

We zijn specifiek op zoek naar: algemene informatie

Als je dit artikel aan wilt vullen kun je op bewerk klikken om je kennis aan dit artikel toe te voegen.