Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Isoerythrolysis neonatalis

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken
Voorbehoud medisch
Let op: Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij twijfel over de gezondheid van je paard altijd een dierenarts!


Isoerythrolysis neonatalis is een ziekte die bij veulens van 1 tot enkele dagen oud voorkomt. De rode bloedcellen van het veulen worden bij deze ziekte afgebroken door de antistoffen van de moeder die het veulen via de biest opneemt.

Oorzaak of etiologie

Deze ziekte wordt veroorzaakt doordat het veulen antistoffen in zijn bloed krijgt die gericht zijn tegen zijn eigen rode bloedcellen.

Ziekteverloop of pathogenese

Isoerythrolysis neonatalis kan voorkomen wanneer de hengst een andere bloedgroep heeft dan de merrie. De merrie heeft ooit contact gehad met de andere bloedgroep waardoor de merrie antilichamen is gaan aanmaken. Er is bij het paard veel meer variatie in bloedgroepen dan bij de mens. Toch is Neonatale icterus zeldzaam, want de aandoening treedt alleen bij de bloedgroepen Aa en Qa op.

Als voorbeeld word een Aa- merrie genomen die een veulen draagt met Aa+. Wanneer Aa+ rode bloedcellen van de foetus in de maternale circulatie van een Aa- merrie dringen worden er door de merrie anti Aa gemaakt. Meestal komt het bloed van de foetus pas tijdens de geboorte in contact met de merrie. Als de merrie nog nooit met de Aa+ antigenen in contact is gekomen duurt het enkele dagen voordat een grote hoeveelheid antistoffen gevormd is. Het veulen wordt normaal geboren want de antistoffen (anti Aa) komen (meestal) pas na de geboorte in het bloed van de merrie en kunnen niet door de placentabarrière. Van alle antistoffen in het bloed van de merrie wordt een deel uitgescheiden naar het colostrum. Als het veulen binnen 24 uur na de geboorte van de biest drinkt zullen de antistoffen via de darmbarrière in het bloed komen. Hierdoor worden de rode bloedcellen vernietigd. De ernst van de Isoerythrolysis neonatalis hangt af van de concentratie graad van de antistoffen in het colostrum en de hoeveelheid colostrum die het veulen gedronken heeft.

De ziekte ontwikkelt zich zelden bij het eerste veulen van een merrie, want bij het eerste contact met een bepaald bloedgroep antigeen heeft de merrie meerdere dagen nodig om genoeg antistoffen te vormen om problemen te veroorzaken bij het veulen. Het veulen kan echt maar 24 tot 48 uur antistoffen uit de melk opnemen via de darm. Daarna sluit de darmbarrière zich en kunnen de antistoffen het bloed dus niet meer bereiken. Als een merrie bij een eerdere dracht of via bloedtransfusie al eens in contact is geweest met de bloedgroep van het veulen dan zullen de geheugencellen van haar immuunsysteem dit antigeen later herkennen. De merrie is dan is staat om zeer snel zeer veel antistof te produceren en zo de rode bloedcellen van het veulen via de biest aan te tasten. Als er antistoffen tegen zijn eigen rode bloedcellen voorkomen in het bloed van het veulen dan zullen de rode bloedcellen kapot gaan. Het veulen kan daardoor geen zuustof meer vervoeren via zijn bloed en zal dus suf worden.

We onderscheiden 2 vormen:

  1. Hyperacute vorm, Veulens gaan binnen 6-8 uur dood en ontwikkelen geen symtomen.
  2. Acute vorm, er verschijnen symptomen na 48 uur tot 5 dagen. Deze vorm komt vaker voor.

Symptomen

De eerste verschijnselen vertonen zich meestal op de 2e levensdag. Het veulen wordt suf en sloom en de toestand van het veulen gaat steeds verder achteruit. Door afbraak van rode bloedcellen kan er geelverkleuring (icterus) optreden. Dit kan gezien worden bij de slijmvliezen van het veulen. Ook treed er vaak hemoglobinurie op waarbij de urine rood kleurt, (afbraak producten van het bloed worden uitgescheiden).

Diagnose

In het verhaal valt op dat het veulen er gezond uit zag bij de geboorte. Alles is vlot verlopen en het diertje stond snel recht en heeft goed gedronken bij de moeder. Na enkele uren tot dagen wordt het veulen suffer en zwakker. Een virale infectie is in zo´n geval uitgesloten want dat heeft meerdere dagen nodig om te vermenigvuldigen in het lichaam van het dier voordat er symptomen kunnen optreden. Een bacteriële infectie is een mogelijkheid, maar dan zal het veulen koorts hebben, dit is bij isoerythrolysis neonatalis niet het geval. De merrie zal ook al eerder een veulen gehad hebben. Als je bloed neemt van het veulen en dit enige tijd laat staan zullen de rode bloedcellen naar beneden zakken. Het plasma blijft daarbovenop drijven en hoort helder te zijn met een gelige schijn. Bij een veulen met deze aandoening zal het bloedplasma rood verkleurd zijn door het hemoglobine dat vrijkomt uit de vernietigde rode bloedcellen. De urine van het veulen is ook vaak rood gekleurd door de aanwezige hemoglobine.

Behandeling

Dit is een absolute spoedsituatie, dus als het veulen wat slomer is dan de eerste dag of andere veulens, is het zeer belangrijk om direct de dierenarts te bellen.

Behandeling kan via:

  • Bloedtransfusie met bloed van een geschikte donor (Aa-, die dus geen antistoffen beschikt). De vader (Aa+) is dus geen geschikte donor, want dit bloed word ook afgebroken. Het bloed van de moeder kan ook niet gegeven worden, want deze bezit teveel anti Aa+ en zal alsnog de bloedcellen van het veulen afbreken. Aa- kan wel gegeven worden, doordat hier tegen de maternale antistoffen niet actief zijn. De afweer van het veulen vormt geen probleem, omdat het immuunsysteem nog niet voldoende ontwikkeld is (belang van colostrum).
  • Ook kan er gewassen bloed van de moeder gegeven worden wat bestaat uit een fysiologische zoutoplossing en de rode bloed cellen van de moeder. Dit kan omdat niet de bloedcellen van de moeder, maar de antistoffen in het plasma het probleem vormen.
  • Het veulen mag ook 24 tot 36 uur geen colostrum van de moeder. Hierna is de darmbarrière gesloten. Wel moet er gezorgd worden voor colostrum van een andere moeder (zonder anti-Aa+).

Preventie

Door het controleren van de bloedgroepen van de ouders voor het dekken kan isoerythrolysis neonatalis voorkomen worden.

Foto's

Bronnen, referenties en/of voetnoten

  • Prof. L. Peelman, Universiteit Gent, faculteit Diergeneeskunde, colleges en cursus “Algemene en moleculaire genetica van de huisdieren”



Bij dit artikel ontbreken afbeeldingen.

We zijn specifiek op zoek naar: Foto's symptomen, onderzoek en behandeling

Als je dit artikel aan wilt vullen kun je op bewerk klikken om je kennis aan dit artikel toe te voegen.