Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Overgang

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken

Een overgang is een tempowisseling. Dit kan van een gang naar een andere zijn, bijvoorbeeld van stap naar draf of van galop naar stap bijvoorbeeld. Een overgang kan ook binnen een gang gereden worden, van een verzamelde gang naar een uitgestrekte gang of andersom.

Typen overgangen

Progressieve overgang
Dit is een overgang naar een snellere of tragere gang. Voorbeelden zijn: van stap naar draf, van galop naar draf, van stap naar halt. Bij deze overgangen slaat men geen tussenliggende gang over. Wanneer men dus een progressieve overgang van de draf naar de halt vraagt, is het de bedoeling enkele passen stap tussendoor te laten zien.
Niet-progressieve overgang
Dit is een overgang naar een snellere of tragere gang waarbij men één of meerdere tussenliggende gangen niet toont. Voorbeelden zijn de overgang halt-draf, stap-galop, galop-halt.
Overgangen binnen dezelfde gang
Dit wordt ook wel ook verruimen of verkorten, of uitstrekken en verzamelen, genoemd. Voorbeelden zijn arbeidsdraf-middendraf, verzamelde stap-uitgestrekte stap, middengalop-verzamelde galop.
Schijnovergang
Dit is een overgang naar een andere gang waarbij juist voordat de nieuwe gang wordt ingezet, de overgang wordt afgebroken en de eerste gang wordt vastgehouden. Zo kun je dus vanuit draf een schijnovergang naar stap rijden, waarbij net voordat het paard daadwerkelijk gaat stappen, je weer actief wegdraaft.

Trainingsdoelen

Het rijden van overgangen helpt het paard om het gewicht van de ruiter goed te verdelen en op de achterhand te brengen in een overgang naar een langzamer tempo, ook helpt de stuwkracht van achterhand het versterken in overgangen naar een hoger tempo. Een tweede doel van het rijden van overgangen is de gehoorzaamheid van het paard aan het been. Overgangen maken een paard scherp en oplettend, en leren hem te reageren op de lichtste hulpen.

Hulpen voor een overgang naar een hoger tempo of gang:

  • het paard eerst attent te maken door middel van een halve ophouding;
  • met zit en benen drijvend werken;
  • met de handen de voorwaartse beweging iets toe staan.

Hulpen voor de overgang naar een trager tempo of gang:

  • het paard opnieuw attent maken met een halve ophouding;
  • met zit, benen en handen ophoudend werken. Dit wil zeggen: de ruiter geeft halve ophoudingen tot het paard het gewenste tempo heeft bereikt. Wanneer men de halve ophoudingen volhoudt tot het paard halthoudt, noemt men de hulp een hele ophouding.

Een overgang moet soepel en netjes bij de letter worden uitgevoerd bij een dressuurproef. De tact van de beweging wordt vastgehouden tot het moment dat de overgang in de nieuwe gang is gemaakt. Het paard blijft licht in de hand en mag geen verzet tonen of verstijven. Als de overgangen goed gaan is het fijn om ze vaker te gaan oefenen op de letter, zo leert men hoe lang men van tevoren de overgangen in moet zetten zonder balans- en ritme- storingen. Als men een overgang op de volte maakt is dat vaak makkelijker omdat de gewrichten dan aan één kant al een beetje gebogen zijn. Wanneer men rechtuit rijdt zijn de gewrichten nog niet gebogen. Als het paard in de overgang verzet toont kun je dat voorkomen door iets meer stelling naar binnen te nemen. Hiervoor moet je je binnenbeen gebruiken en word het paard extra nageeflijk (je armkracht lichter laten worden zonder dat je teugels langer worden). De buitenhand controleert het tempo, die kan even blokkeren zodat het paard daarop een overgang maakt naar een langzamer tempo.
Voordat men een overgang maakt moet men altijd een klein beetje beendruk en een halve ophouding maken. Als het paard zijn balans niet heeft gevonden kan hij niet vloeiend/mooi van tempo veranderen.

Bronnen, referenties en/of voetnoten

  • Gids voor de ruiter; Dressuuroefeningen